Narratieve poëzie

Het is vandaag gedichtendag in Nederland. Om die reden lijkt het mij leuk om iets te vertellen over narratieve poëzie.

Het is poëzie die een verhaal vertelt. Narratieve poëzie is een relatief lange vorm van poëzie die alle benodigde elementen bevat voor een verhaal, inclusief plot, karakters, instelling, thema en dialoog.

Ze kunnen rijmen, gebruik maken van een regelmatige meter, of spelen met geluid door herhaling, assonantie en alliteratie. Zoals andere vormen van poëzie gebruiken narratieve gedichten ook figuratieve taal, zintuiglijke beelden en zorgvuldig geselecteerde woorden. Het oudste overgeleverd verhalend gedicht is het Babylonishce epos van Gilgamesj dat dateert uit het 2e millenium v. Chr.

Vandaag wil ik graag een narratief gedicht van een van mijn favoriete dichters delen.

Out, out van Robert Frost

The buzz saw snarled and rattled in the yard

And made dust and dropped stove-length sticks of wood,

Sweet-scented stuff when the breeze drew across it.

And from there those that lifted eyes could count

Five mountain ranges one behind the other

Under the sunset far into Vermont.

And the saw snarled and rattled, snarled and rattled,

As it ran light, or had to bear a load.

And nothing happened: day was all but done.

Call it a day, I wish they might have said

To please the boy by giving him the half hour

That a boy counts so much when saved from work.

His sister stood beside him in her apron

To tell them ‘Supper.’ At the word, the saw,

As if to prove saws knew what supper meant,

Leaped out at the boy’s hand, or seemed to leap—

He must have given the hand. However it was,

Neither refused the meeting. But the hand!

The boy’s first outcry was a rueful laugh,

As he swung toward them holding up the hand

Half in appeal, but half as if to keep

The life from spilling. Then the boy saw all—

Since he was old enough to know, big boy

Doing a man’s work, though a child at heart—

He saw all spoiled. ‘Don’t let him cut my hand off—

The doctor, when he comes. Don’t let him, sister!’

So. But the hand was gone already.

The doctor put him in the dark of ether.

He lay and puffed his lips out with his breath.

And then—the watcher at his pulse took fright.

No one believed. They listened at his heart.

Little—less—nothing!—and that ended it.

No more to build on there. And they, since they

Were not the one dead, turned to their affairs.

 

Levenswijsheid

Ze verloor haar moeder toen ze twee jaar was, verloor twee kinderen in hun jonge levensjaren door een ongeluk, haar man overleed toen hij net 40 jaar was aan hartproblemen en haar nu nog enige levende zoon woont in een ver land.

Twee jaar geleden werd zij ziek, ze was toen 94 jaar.  Ze kon niet langer zelfstandig blijven wonen en moest verhuizen naar een verpleeghuis. In haar kleine maar sfeervolle kamer draait op de achtergrond muziek van Rachmaninov. Naast haar bureau wordt de rest van haar kamer vooral gevuld met boeken, pennen en schriften.

Geraakt door haar verhaal, vraag ik of ze een krachtbron heeft om te kunnen omgaan met zoveel verlies. En dan leest ze mij de tekst voor die haar al jaren kracht geeft:

‘You can’t go back and change the beginning, but you can start where you are and change the ending.’

Een pareltje van C. S. Lewis.

Ik kon niet anders dan een diepe buiging maken en haar bedanken voor het cadeau wat ze mij heeft gegeven.

Tijd

Een minuut kan soms veel te kort duren, maar soms ook zo enorm lang. Soms wil ik de klok vooruitzetten, maar ik ken ook vele momenten waarin ik de tijd wil terug draaien. Een vriendin van mij zei recent dat er te weinig uren in een dag zitten. Tijd is dan dus ook onze vijand…en het vervelende is, of juist niet, je verliest het altijd van tijd. Tijd leidt, tijd frustreert.

Afgelopen zomer lag een dierbare van mij op sterven. Hij sprak in de jaren ervoor regelmatig met mij over de tijd. Hij haalde dan Aristoteles aan: Tijd is de maatstaf voor verandering.
Alles wat beweegt, verandert in de tijd.

Een van de laatste dagen voor zijn sterven, las ik hem dit gedicht voor van Sohie Sabbage: Heilig Land.

Hij sloeg aan op de zin waarin tijd werd genoemd in dit gedicht.
Geen getijden om de tijd vast te leggen
Of lijnen om binnen te blijven

Hij vertelde dat ouder worden betekent dat je ook steeds meer kwalen en in zijn geval ziektes moet bevechten. En dat je van alles probeert om de voortschrijdende tijd te beïnvloeden. “We zullen de tijd eens een lesje leren, zei hij toen hij weer eens begon met een nieuw medicijn.”

Afgelopen feestdagen las ik het boek ‘De Keuze’ van Edith Eger. Ze overleefde het ergste, Auschwitz, en dan toch staat de enige zekerheid aan het eind van het leven op haar te wachten.
Want de tijd doodt ook.