Teveel Empathie

Afgelopen weken las ik met veel interesse het laatste boek van Ignaas Devisch Het Empatisch Teveel. Voor wie Ignaas nog niet kent. Hij is een Belgisch professor in de filosofie, medische filosofie en ethiek. Hij werkt als filosoof aan de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool. Hij schreef eerder ‘Ziek van gezondheid’ en het beste spirituele boek 2017 ‘Rusteloosheid’.

Ik leerde Ignaas ‘kennen’ door zijn rol als samensteller van het boek ‘Ziek van gezondheid‘. In dit boek wordt een verklaring gegeven over de medicalisering van de samenleving. En nu dus dit boek.

Empathie….hij had bijna geen beter onderwerp kunnen kiezen waar iedereen wel iets van vindt. Uiteraard begint hij met het vaststellen van een werkdefinitie: empathie is het vermogen je in te leven in en mee te voelen met wat je denkt dat de belevingswereld van anderen is. Vervolgens gaat hij nader in op het begrip aan de hand van filosofen, onder wie Theodor Lipps, Edmund Husserl, Emmanuel Levinas en Edith Stein.

Hij geeft in zijn boek aan dat elk moreel systeem empathie bevat, maar dat je kunt verschillen over de vraag wie deze empathie verdient. Hij vindt, althans zo lees ik het, dat empathie als uitgangspunt van je morele systeem wankel is omdat deze volgens hem gestoeld zijn op jouw goede gevoel OF de gelijkenissen tussen jezelf en degene op wie je je empathische betrokkenheid richt. Hij vindt dat het teveel empathie tot ongelijke behandeling leidt en niet tot rechtvaardigheid. Het empathisch teveel gaat vooral in op de beperkingen van empathie als sociaal en politiek instrument.

Zijn visie over dit onderwerp is niet onomstreden, maar dat geldt denk ik voor elke filosoof. Angela Merkel, maar ook Jesse Klaver beschouwen het vermogen om je in te leven  in anderen als stuwende kracht voor moreel handelen en een probaat middel tegen onverschilligheid. En in dit boek geeft Devisch aan niets tegen empathie te hebben, immers inleving in een ander leidt namelijk tot meer betrokkenheid bij onze wereld, maar hij schetst wel de schaduwzijde van dat empathisch teveel. Dat roept natuurlijk wel de vraag op wat kun je ervoor in de plaats kan stellen. Devisch houdt een pleidooi voor rechtvaardigheid en solidariteit.

Is empathie altijd goed? We weten vanuit onderzoek in de gezondheidszorg dat je niet voor iedereen empathie hoeft te ervaren om moreel te kunnen handelen. Na het lezen van dit boek realiseer ik mij dan ook dat empathie geen wondermiddel is waarmee we alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Want zoals Devisch schrijft: ‘Wie geen grenzen markeert, creëert een eigen grenzeloosheid.’

Eigenlijk is het boek, kort door de bocht, een warm pleidooi voor sociale zekerheid.

Bestel hier het boek.

De Ander

De techniek bevrijdt ons uit onze bekrompenheid. ‘Daardoor ontstaat een nieuw kans.” Zo schrijft Levinas in ‘ Heidegger, Gagarin en wij’ in Het menselijk gelaat.’ En hij vervolgt dan: ‘Voortaan is het mogelijk oog te hebben voor de mensen, onafhankelijk van de situatie waarin zij zich bevinden.’

Na college te hebben gekregen van DE kenner van Emmanuel Levinas in Nederland, Jan Keij, lees ik alles wat los en vast zit van deze belangrijke denker van de vorige eeuw. En ik kan zeggen….dat valt niet mee; onbegrijpelijke begrippen als ‘epifanie’ en ‘interioriteit’ maken zijn werken niet echt leesbaar, maar toch….

Uitspraken als: ‘Een persoon kan men niet begrijpen zonder hem te spreken.’, zijn typerend voor Levinas. Hij gelooft dat wij alleen iemand de ruimte kunnen laten om te zijn wie hij is door met hem in relatie te treden.

Ander

Levinas is in Litouwen geboren en de ervaring van de Tweede Wereldoorlog essentieel geweest in zijn denken. Het bracht hem tot het inzicht dat de Ander nooit een eigen plek heeft in ons denken. De Andere mens wordt al gauw begrepen als een variant van onszelf. Wensen ze dat niet te zijn, dan neigen we ertoe ze te willen onderwerpen. We kunnen ze niet accepteren in hun anders zijn. Want daarvoor moet je je openstellen voor de ander en dat durven veel mensen niet.

Hoe kun je dat praktisch vertalen in de gezondheidszorg?

Een van de meest gepraktiseerde manieren is: voorafgaand aan een behandeling het probleem vast te willen stellen en te formuleren. ‘Diagnosticeren’ dus. Veel zorgprofessionals kijken naar de ‘kenmerken’ van hun patiënten en brengen die vervolgens onder in het bestaand systeem van categorieën. En dat is waar Levinas ons op wil wijzen. Want zo dreig je voortdurend de mens te reduceren tot een wezen dat in een hokje past. Daarmee doe je hem of haar altijd tekort.

Martin Heidegger is een van de geestelijke voorvaders van Levinas. Hij definieert zorg (het zorgend omgaan met dingen en personen, en met het eigen bestaan) als een wezenskenmerk van de menselijke existentie. Levinas gaat hier verder want hij stelt de vraag: waarom die zorg? En hij geeft ook het antwoord: omdat het leven van waarde is.

Als je de filosofie van Levinas volgt zou er in de zorg een relatie moeten zijn waarin de zorgprofessional gastheer is en de patiënt/cliënt de gast.

Laten we eerlijk zijn, dat is niet makkelijk om ons zo elke dag weer op zo’n manier in te stellen op de ander, het eigen ego volgen voelt vaak als de makkelijkste weg.

En toch…..

“Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft” – Levinas

In een interview voor de IKON- telvisie uit 1986 legt Levinas uit wat voor hem de betekenis is van de verschijning van De Ander.  

Er zal moeilijk een denker te vinden zijn wiens overtuigingen zo haaks staan op die van Emmanuel Levinas als de Russisch- Amerikaanse filosofe Ayn Rand. Over haar de volgende keer meer.

Bronnen:

  • Jan Keij – Levinas in de praktijk
  • Levinas – Totaliteit en Oneindigheid
  • Levinas – Het menselijk gelaat
  • Trouw –  Levinas: De Ander als voorwaarde
  • Levinas Studiekring
  • Ger Groot: De geest uit de fles

 

De bezieling van Vincent

Brieven

Zijn leven kende veel momenten van eenzaamheid, althans zo lees ik in zijn grote hoeveelheid brieven. Hij mijmerde in zijn brieven vaak over het leven, kunst, zijn gesteldheid, maar vooral ook in vele passages over welke tekeningen of schilderijen hij onderhanden had, wat hem in het ontwerp had aangetrokken en hoe hij het ad opgevat. Hij schetst echt een levendig beeld van een kunstenaar aan het werk.

Natuur

Natuur en kunst waren voor Vincent van Gogh onlosmakelijk met elkaar verbonden. Nergens vond hij zoveel inspiratie, rust en troost als in de natuur. Volgens Vincent moest je als kunstenaar de natuur écht kennen en begrijpen. Dat lukte het best op de plek waar je er middenin kon wonen en werken: op het ongerepte platteland.

Vincent van Gogh schilderde naar eigen waarneming en niet vanuit zijn fantasie. De Bijbelse voorstellingen ‘Christus in de olijfhof’ van zijn kunstenaarsvrienden Paul Gauguin en Émile Bernard maakten hem zelfs ‘razend’. Zijn eigen werken van olijfgaarden schilderde hij buiten, tussen de bomen.

Wat men ook beweert, voor een schilder is het beter om op het platteland te werken, alles is er sprekender, alles hangt met elkaar samen, alles wordt er duidelijk…

Schreef hij aan zijn zus Willemien vanuit Saint-Rémy-de-Provence, 20 januari 1890

Inspiratie

In de brieven lees je regelmatig verwijzingen naar boeken of literatuur. Zo schrijft hij op 18 maart 1888 aan Theo over het boek: ‘Pierre et Jean’ van Guy de Mauspassant

Heb je de inleiding gelezen met een uiteenzetting over de vrijheid die de kunstenaar heeft om te overdrijven, om in een roman een natuur te scheppen die schoner , eenvoudiger, en vertroostender; en verder net een uiteenzetting over wat misschien het woord Flaubert betekende: “le talent es tune longue patience’ en originaliteit een inspanning van de wil en van scherpe waarneming?

 Op 30 maart 1888 verwijst hij in een brief naar Wagner muziek.

Maar alle kleuren opvoerende komt men opnieuw tot kalmte en harmonie. En geschiedt er iets dergelijks als met de Wagner-muziek die met een groot orkest uitgevoerd daarom niet minder intiem is.

Gezondheid

Hij verwijst in vele brieven naar zijn gezondheidssituatie. Ik heb een willekeurige selectie gemaakt om een beeld te geven

9 maart 1888, Arles, aan Theo: Wanneer krijgen we in godsnaam een generatie van kunstenaars die gezond van lijf en leden is! Bij vlagen ben ik echt woedend op mijzelf, want het is helemaal niet voldoende om meer of minder ziek te zijn dan anderen, ideaal zou het zijn om een gestel te hebben dat sterk genoeg is om er 80 mee te worden en bovendien bloed dat echt goed is. Het zou echter een troost zijn als we het gevoel hadden dat er generatie van gelukkiger kunstenaars op komst is.

4 mei 1888, Arles, aan Theo: Ik was stellig oprecht op weg om een verlamming te krijgen toen ik uit Parijs wegging. Dat heeft me later nog flink parten gespeeld! Toen ik ophield met drinken, toen ik ophield met zoveel roken, toen ik weer begon na te denken in plaats van proberen niet te denken – mijn God, wat een zwaarmoedige tijden en wat een neerslachtigheid! Het werken in deze magnifieke natuur heeft me geestelijk gesteund, maar ook daar lieten mijn krachten het na enige inspanning afweten” 55 “Mijn arme kerel, onze zenuwziekte etc. komt zeker ook van onze wat te artistieke manier van leven – maar het is ook den onontkoombare erfenis, want in onze beschaving wordt men van generatie op generatie zwakker.

22 juli 1888, Arles, aan Theo: Mijn schildersvingers worden toch soepeler, ook al takelt mijn lijf af.” “Ik verouder sneller dan jij, en waar ik naar streef is je minder tot last te zijn. Welnu, als er geen grote rampen gebeuren en als de hemel niet naar beneden komt vallen, hoop ik daar in te slagen.” “

8 augustus 1888, Arles, aan Bernard: Gelukkig is mij maag weer zover hersteld dat ik deze maand 3 weken op scheepsbeschuit met melk en eieren heb geleefd.” “Als je het goed maakt, moet je kunnen leven van een stuk brood, ook al werk je de hele dag en heb je nog de kracht om te roken en een glas te drinken, want dat heb je nodig in die omstandigheden.

3 september 1888, Arles, aan Theo: Ah, waarde broer, soms weet ik zo goed wat ik wil. Ik kan in het leven en ook bij het schilderen wel zonder God, maar ziek als ik ben, kan ik niet zonder iets wat groter is dan ik, iets wat mijn leven is: scheppingskracht. En als je, lichamelijk van die kracht, gedachten probeert voort te brengen in plaats van kinderen, dan ben je op die manier toch een deel van de mensheid. 

Het gaat steeds slechter met Vincent.

28 oktober 1888, Arles, aan Theo: Ik voel me nog steeds moe en dof in mijn hoofd, maar het gaat deze week beter met me dan de afgelopen veertien dagen.

Op de avond van 23 december 1888 heeft er een nooit geheel opgehelderde ruzie tussen Vincent en Gaugin plaatsgevonden, als gevolg waarvan Vincent zich een stuk van het linkeroor had afgesneden. Gaugin keerde hierna terug naar Parijs.

4 januari 1889, Arles, aan Theo: Als ik hier uit kom, kan ik hier weer stilletjes mijn gang gaan en weldra breken de mooie dagen aan en dan ga ik weer aan de bloeiende boomgaarden beginnen. Waarde broer, ik betreur het zo van je reis, ik wou dat je dat bespaard was gebleven, want al met al is me niets ergs overkomen en was er geen reden om zoveel moeite te doen.

Omstreeks 4 februari 1889 krijgt Van Gogh zijn tweede crisis. Hij wordt weer opgenomen. Hij dacht dat hij vergiftigd was. Dit soort episodes zal zich nog enkele malen herhalen.

Vincent wordt opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis in Saint-Remy.

10/15 mei 1889 schrijft hij in een passage aan zijn broer

Ik wilde je zeggen dat ik er geloof ik goed aan te hebben gedaan hierheen te gaan. Ten eerste omdat ik, nu ik de werkelijkheid van het lezen van de diverse krankzinnigen of geschiften in deze menagerie zie, de vage vrees, de angst ervoor verlies en er langzamerhand toe kan komen de krankzinnigheid te beschouwen als een ziekte zoals een andere.

In mei 1890 verliet Vincent het psychiatrisch ziekenhuis van Saint-Rémy, in de hoop dat hij zelfstandig kon leven met zijn ziekte. Hij vond een zekere rust in het dorp Auvers-sur-Oise bij Parijs, waar hij al snel weer volop aan het schilderen was.

Afgelopen maand bezocht ik Cafe Auberge Ravoux, tegenover het gemeentehuis in Auverse-sur-Oise waar Vincent de laatste drie maanden van zijn leven woonde. Hij huurde voor drie frank vijftig een kleine kamer met pension. Zijn kamer gaf uitzicht op de toren van de katholieke kerk en op een stukje van de oude kerkhofmuur. Ravoux was toen de vergaderplaats van de boeren en arbeiders uit de omtrek van Auvers.

24 mei 1890 schrijft hij aan Theo en zijn vrouw Jo:

Ik voel me – mislukt, dat is het wat mij betreft, ik voel dat dat het lot is dat ik aanvaard en dat niet meer zal veranderen.

En op 25 mei 1890 schrijft hij onder andere aan Theo:

Ik geloof nog steeds dat het een ziekte van het Zuiden is die ik heb opgedaan en dat de terugkeer naar hier voldoende zal zijn om het allemaal te verdrijven.

De dood

Op 27 juli 1890 schoot Vincent zichzelf met een pistool in de borst. Na het bericht van Vincents zelfmoordpoging reisde Theo onmiddellijk af naar Auvers. In de Auberge Ravoux zat hij aan het sterfbed van zijn broer.

Boven op de heuvel, langs de katholieke kerk door het gele korenveld, daar ligt Vincent begraven. De plek waar Vincent lag  begraven is de plek waar dokter Gachet en Vincent op de eerste dag dat hij Auvers was hadden gestaan om te genieten van het uitzicht van Oisevallei. Vincents graf lag dan ook dichtbij de ingang van de begraafplaats van Auvers. Zijn stoffelijke resten werden in1905 herbegraven. Theo, stierf nauwelijks zes maanden later († 1891). Hij geloofde zo in Vincent en kreeg in 1914 een plekje naast hem.

De schrijver Frank Westerman schreef over de brieven van Vincent: Ze zijn een medicijn voor mij geworden, een middel tegen twijfel – existentiële zowel als artistieke. Het beste zou zijn; eenmaal daags een brief en om de drie jaar de kuur herhalen. Er zijn er 902 van hem bewaard.

Voor mij was er geen betere manier om Vincent van Goghs leven en de achtergronden van zijn werk te leren kennen dan door het lezen van zijn brieven. En dat ben ik gaan doen, en ik zal niet uitgelezen raken maar hem ook niet begrijpen.  Ik erken dat ik inmiddels meer van zijn brieven houd dan van zijn schilderkunst. Maar Vincent van Gogh? Je kunt niet niet van hem houden.

Stilte

Het is zomer. De zon schijnt onafgebroken de afgelopen weken op ons vakantieadres. Vervelen doe ik mij geen minuut, sterker nog deze vakantie volg ik twee online opleidingen en heb ik een grote stapel studieboeken bij mij. Heerlijk vind ik dat. En toch, er zijn momenten in je leven dat je een resetknop moet indrukken. Deze vakantie is er eigenlijk ook zo een geworden. Gisteravond, terwijl ik samen met mijn partner geniet van een avond zwemmen in de zee, vertelt hij dat hij mij graag kennis wil laten maken met een schrijver. Dus na het eten gaan we met z’n tweetjes zitten voor een TEDtalk van Pico Iyer, De Kunst van Stilte.

En toen werd het stil in de tuin……

Nergens heen gaan als avontuur. Niets doen voor een moment van reflectie om opnieuw de juiste focus te krijgen op al onze ervaringen. Best iets waar je eerst een ongemakkelijk gevoel van kan krijgen toch; die kalmte?

Joke Hermsen schreef al eerder een boek ‘Stil de tijd’. Ik lees haar boeken graag. Hierin verkent zij het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die al eeuwen als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in ons huidige economische tijdsgewricht nog steeds weinig waardering krijgen.

Maar nu, op dit moment, vertelt een reiziger, een schrijver dat hij de belangrijkste inzichten niet vond op een berg in Tibet, maar in zijn eigen hoofd. Dat is nogal wat. Je eigen stem horen en luisteren naar wat je hart je ingeeft. Ik ging ooit naar een retraite week. Daar moest ik uren stil zijn, terwijl ik wandelde door een bos met een paar boterhammen en een flesje water. En toch….toen ik eenmaal het ongemak te boven was, bracht het mij inzichten. Dat weet ik nog heel goed.

Maar je hoeft dus niet naar een klooster of een retraite week. Gewoon de stilte opzoeken in jezelf, luisteren naar je zelf; je eigen instrument. Want door stilte kun je niet alleen beter tot jezelf komen, maar kun je ook mooiere ontmoetingen hebben met anderen.

Leven kan tot de dood leiden

Terwijl de thermometer 31.3 graden aantikt op mijn vakantieadres, sla ik het boek “Corpus delicti” van Julia Zeh dicht. Zij heeft mij vandaag meegenomen naar het jaar 2057. Op een spannende, realistische, beangstigende wijze laat ze mij kennismaken met een Staat waarin gezondheid tot het grote ideaal is verheven met maar een doel: een maatschappij zonder ziekte.

De wetenschap is er in geslaagd de samenleving zoveel mogelijk ziektevrij te maken. De Methode, zoals dit gezondheidsideaal wordt genoemd, dringt zich op totalitaire wijze op aan de bewoners. Want de overheid kent geen genade. Wandelen in het bos is taboe: teveel bacteriën in het struikgewas, koffie, alcohol en tabak zijn verboden, de burger moet netjes slaap – en eetverslagen indienen en De Methode verbiedt zelfs relaties met iemand die niet over hetzelfde immuniteitssysteem beschikt.

De Methode

Mia Holl, dertig jaar en biologe, weet niet goed of ze nog gelooft in De Methode nadat haar broer Moritz in de gevangenis zelfmoord pleegt nadat hij veroordeeld is voor een misdaad waarvan hij heeft ontkent die te hebben begaan. Dit brengt haar in conflict met de staat en tijdens een rechtszaak komt zij in contact met Heinrich Kramer, een fervent en belangrijk aanhanger van De Methode. Zo schrijft hij op maandag 14 juli in de krant ‘Het gezonde verstand’: Methodebescherming is een zaak van iedereen en mag niet tot het hulpeloze zelfbedrog van een welmenend en vredelievend systeem verloederen. Burgers, houdt uw ogen open!

Er ontstaat een relatie tussen de twee en in gesprekken in de rechtszaal wordt de validiteit en onfeilbaarheid van De Methode geanalyseerd.

Halverwege het boek vraagt Mia zich af wat normaal is. De Methode is gebaseerd op de gezondheid van haar burgers en beschouwt gezondheid als normaliteit. Sterker nog ziek zijn is een misdaad. Maar wat is normaal? Enerzijds alles wat zich voordoet, wat voorkomt, wat gewoon is. Anderzijds betekent normaal ook iets normatiefs, wat gewenst wordt dus. Gaan we dan de mens afmeten aan de feitelijkheden?

Ik zeg mijn vertrouwen op

Het korte hoofdstuk: ‘Hoe de vraag luidt’, maakt een diepe indruk op mij. Mia zegt in dit hoofdstuk haar vertrouwen op. ‘ Ik zeg mijn vertrouwen op in een Methode die liever het DNA van een mens gelooft dan zijn woorden. Ik zeg mijn vertrouwen op in een lichaam dat niet mijn eigen vlees en bloed maar een collectieve visie op het normale leven moet vertegenwoordigen. Ik zeg mijn vertrouwen op in de idioot die het bordje aan de ingang van de wereld heeft weggehaald waar op stond: OPGELET! LEVEN KAN TOT DE DOOD LEIDEN.

Het boek is filosofisch en maatschappijkritisch en levert bij mij veel stof tot nadenken. Wat een aanrader! Ik werd er overigens niet vrolijk van.

Bestel het boek hier

In gesprek met dr. Danielle Ofri

Last week we celebrated the first Narrative Healthcare Network Meetup. We were excited to welcome Dr. Danielle Ofri, author and practicing internist from New York City, in the Chassé Theater in Breda, the Netherlands.

In her new book ‘What patients say, what doctors hear’, she shares several stories that show that the gulf between what patients say and what doctors hear can be very wide. We believe that her message goes beyond just the patient-doctor relationship and can be valuable for anyone who wants to become a better listener.

“Communication, empathy, and connection are not things doctors typically learn in medical school. Med schools are beginning to pay attention to these skills but they are usually still seen as add-ons.” […] “Yet the simple verbal exchange between patient and doctor is the cornerstone of medical diagnosis”.

In her journey of studying the verbal exchange between patients and doctors, dr. Ofri found an important reflection tool in writing.

We had a brief moment to talk to her after her reading and this is what she shared with us:

 

How did writing books change your live as a physician?

Medicine is so fast. There is no time to stop and reflect, whether that’s in the hospital or the clinic – there is always another patient. Writing was the first time that there was a chance for me to reflect. To just sit and enjoy the slowness of writing, it was such a different pace. Each word takes time, each sentence and that gives you space think about them and then to revise. In real life you can’t revise but in writing you can. Not that I’m changing the facts, but it can change how I think about them and where the story will ultimately sit. I have to put it somewhere so I can move forward. Writing gave me the chance that I don’t have in my daily practice. To really think about what I do – to turn it over, look at it from a different angle. Without that, there is just too much emotion going on to really function.

 

So writing was sort of an outlet for you…

Yes, it is. And so is music, but writing specifically lets me dig around and dissect into the story of what I was feeling, what the patient was feeling, the people around, how society might look at this etc. Like in the time of AIDS, there was so much emotion and no time to think about that. It was a trauma. It was a terrible epidemic and no one stopped to think about it and it was just this daily slog of death. You have to give that a moment, give it some air.

 

The patient-doctor relationship is the most important medical tool and I believe this is my strongest message.

 

You write that you feel like there is no space for this air in the medical practice…

Well I think we don’t see this space as being a valid part of the medical practice. You come to the doctor, I give you the prescription and we are done. I have one part in the book where a patient and a doctor come together and speak in front of an audience to share both their experiences and have a discussion about their relationship. There is almost no place to do that, but it is so important because the patient and the doctor have different agenda’s and that was depleting the care. So wouldn’t it be great if we had a chance to talk about how we interact with each other. The patient-doctor relationship is the most important medical tool and I believe this is my strongest message.

 

You mentioned in your book “The more technological advanced medicine becomes, the more we are reminded of the crucial role of story”, could you talk a little more about this?

Often the technological conversations overtakes the other conversation: “Oh let’s get a CAT scan and we will see everything”, but we skip the part about what is really going on with the patient. The CAT scan is not going to help if the underlying cause of the illness is domestic violence. We rush to technology because it’s easy, we can just check the box. But taking the time to uncover the story of what’s going on at a patients home takes much longer and it’s not something you get paid for at the moment. We need to start recognising that this is important. We don’t exchange technology for the conversation; it’s a supplement.

 

How does this affect medical education?

We need to start at the beginning of medical school and we need to demonstrate it in real life. We can’t do a PowerPoint with a checklist anymore that says: Talk to your patients, be nice, connect etc. That doesn’t work. We need to demonstrate to the students what an effective conversation looks like. For example, when I’m on the ward, I like to ask my students: “Who is the most difficult patient here? Let’s talk to them!” and then to demonstrate in real time how you can help a difficult situation become easier. That will have a lasting effect on students.

 

We don’t like ambiguity and uncertainty, but we have to recognise that this is the human condition.

 

This also means that you, as a supervisor, have to be able to embrace uncertainty and vulnerability…

Yes, you have to live with ambiguity. That is very real. We don’t like ambiguity and uncertainty, but we have to recognise that this is the human condition. And that we still dive into a situation even though it’s not clear what we can expect. We go with the messy part because that is the human part.

 

Narrative skills are…

 Narrative skills are the ability to tell the story and to hear the story. This sounds really simple but there are many skills that go into this. Understanding the layers of the story, the meaning for each part of the story, the role of the characters and how this all fits in the overall medical care.

 

Empathy is…

 It is the ability to be in someone’ shoes and to also communicate that. I might understand in my head how you feel but if I don’t let you know that, empathy doesn’t work.

 

Healthcare needs…

 Healthcare needs many things but if I have to pick one, it would be time. We need enough time to do effective medical care; the conversation, the physical exam and time to sit and think about the patient. All these things take time. We try to rush and be ‘efficient’ by pushing more things into less time but it all ends up being inefficient; we make more errors.

 

“Human connection is a seedling that needs to be cultivated, and good communication is the loam in which it is nurtured. I cannot promise I’ll never have any miscommunication in the future. But I could promise that I will pay more attention to how I listen and how I speak.”

Literatuur in de geneeskunde

Het is vandaag voor de 20ste keer World Book Day. Een initiatief van UNESCO. Een mooi moment om aandacht te besteden aan het belang van literatuur in de geneeskunde.

‘Geneeskunde is mijn wettige echtgenote en de literatuur is mijn maîtresse. Als de een mij verveelt, slaap ik met de andere. Het is misschien een beetje wanordelijk maar het is in ieder geval niet eentonig.’

Zo omschreef de arts en schrijver Anton Tsjechov in de 19e eeuw de verhouding van de literatuur met de geneeskunde.

Het is voor de arts niet alleen belangrijk om te verklaren waardoor iemand ziek is, maar ook om te weten wat de patiënt ervaart. Deze verschillende manieren van kijken, luisteren, observeren zouden vaker geïntegreerd moeten worden.  Wat zijn de symptomen? Welke afwijkingen zijn er bij het lichamelijk onderzoek? Wat is de diagnose? Dat zijn vragen waar de artsen goed mee bekend zijn.Maar wie wil doordringen tot de belevingswereld en daarmee het verhaal van de patiënt, zal zich in hem of haar moeten verplaatsen. Hoe zien de gedachten, gevoelens en emoties van de patiënt eruit? Wat is de betekenis van zijn of haar gedrag ten aanzien van de ziekte?

De Duitse filosoof en psychiater Karl Jaspers definieerde in Allgemeine Psychopathologie. Ein Leitfaden für Studierende, Ärzte und Psychologen dit zogenaamde hermeneutische begrijpen (‘Verstehen’) als ‘meesidderen’ met de patiënt. Daarmee is het niet de bedoeling om met de patiënt in de put te gaan zitten, maar om de klachten in te voelen en te interpreteren vanuit professionele autonomie.

Sofie Vandamme besluit aan het eind van haar boek ‘Koele minnaars’ dat literatuur en geneeskunde er een tegengestelde benadering van ziekte op nahouden, waarbij wetmatigheid tegenover verbeelding staat en specificiteit tegenover algemeenheid.

Philip Huff zei tijdens de dertigste Verweylezing in 2014:

‘De afstand tussen zichzelf en anderen verkleinen, door beter te begrijpen wie de ander ís, dat is wat de lezende mens doet. Dit effect, dat ik ‘cognitieve empathie’ zou willen noemen, kan niet worden gesorteerd door je ogen over een stukje tekst op een website te laten glijden. In tegenstelling tot korte nieuwsberichten op het blinkende platte vlak van een door advertentie-inkomsten gedreven website, is een goed geschreven roman een narratief dat ‘diep lezen’ afdwingt én faciliteert: het biedt zonder hyperlinks, plaatjes, filmpjes of geluidjes een lang en volledig verblijf in een andere wereld, waarbij de wereld waarin je leest verdwijnt. Je komt heel dicht bij de ander.’

Dus is er een rol voor boeken in de spreekkamer van de arts? Ja, want dankzij een goed verhaal, maar ook van een film of muziekstuk kan de belevingswereld van een patiënt duidelijker worden, zowel voor de patiënt als voor de arts. Deze kunstvormen kunnen naast de kunstbeleving ook een handvat bieden om ziektes en de beleving daarvan beter te begrijpen.

Wijsheid is de beloning voor een leven lang luisteren

Er wordt steeds vaker geschreven over de betekenis van luisteren. Luisteren beïnvloedt de kwaliteit van onze relaties, ons succes op werk en ook onze persoonlijke groei. Luisteren wordt meestal gezien  als een aangeboren proces waarvoor je alleen een goed gehoor nodig hebt. Helaas garandeert het vermogen om te horen niet dat we in staat zijn goed te luisteren.

Voor ons is Luisteren geen trucje, het is geen kunstje. Luisteren is een houding, een ‘manier van zijn’ waarmee je in oprechte verbinding staat met de ander.  In onze optiek past dat niet in een ezelsbruggetje zoals we deze helaas steeds vaker langs zie komen.

Luisteren begint met de keuze om te luisteren. Vervolgens zet een goed luisteraar zijn ego op de gang omdat het echt om de ander gaat. Daarnaast erkent een luisteraar dat de spreker zijn of haar waarheid spreekt. Een luisteraar wil alleen proberen de ander te begrijpen. Met deze voorwaarden start het luisterproces.

U herkent zich vast in een van onderstaande zinnen:

  • Iemand legt ons een vraagstuk voor en wij weten de oplossing…. Een oplossing die bij onszelf past.
  • We stellen vragen vanuit ons eigen referentiekader: “Waarom doe je dat zo en niet zo?”
  • We interpreteren graag: “Ja maar, dat komt vast doordat……”
  • We reageren met een oordeel, instemming of afwijzing, waarin je eigen mening duidelijk naar voren komt. “U heeft helemaal gelijk!”

Empatisch luisteren vraagt dat we onszelf durven in te zetten als ons eigen instrument, maar daarvoor is het wel belangrijk dat we inzicht hebben in onszelf, en dat is per definitie kwetsbaar. Luisteren kost dus veel, maar het levert zoveel op!

Belangrijk: Luisteren is pas geslaagd zodra de ander zich gehoord voelt, niet perse begrepen.

 

 

 

Een gesprek

“Waar zullen wij afscheid nemen?

“In de regen”

“Zullen wij schuilen?”

“Nee!”

“Hoe zullen wij ons voelen?”

“Ziek, vals en verlegen.”

“Wat zullen wij zeggen?”

“Wij zullen het niet weten.”

“Wat zullen wij denken? “

“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”

“Zal een van ons gelijk hebben?”

“Geen van ons zal gelijk hebben.”

“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”

“Wij zullen elk een andere kant op gaan.

“Zullen wij omkijken?”

“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer 
opnieuw. 
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie 
zou omkijken. Wie.

Toon Tellegen
: Mijn winter 
Querido Amsterdam 1987

‘Ik wil geen patient zijn, en ook geen nummer met medische data…..ik wil mens zijn.’ Op dit moment bied ik een luisterend oor voor een echtpaar waarvan de vrouw getroffen is door kanker met uitzaaiingen in haar hersenen. De focus vanuit het ziekenhuis ligt vooral op de cure en niet op care. Logisch…of niet? De diagnose van deze levensbedreigende ziekte zorgt ervoor dat haar ‘vroegere’ leven volledig door elkaar wordt geschud. Alle houvast is weg. En niet alleen voor haar maar voor iedereen in de directe omgeving ook. Angst neemt de regie op dit moment over.

Wat kan een luisterend oor doen in dit soort omstandigheden?

‘Vertel eens waar je bang voor bent?’ Door empatisch te luisteren naar wat iemand bang maakt, kun je de angst, door het in verschillende componenten te verdelen, verminderen.

Angst voor eenzaamheid, voor pijn en lijden, angst voor het onbekende. En vooral dat laatste : ‘Wat gaat er gebeuren na de dood, met mij en met mijn dierbaren?’

Veel mensen zijn van nature bang voor verandering. Durf de vraag te stellen: “Hoe denk je dat het verder zal gaan”? Geef de mens die ziek is de veiligheid dat hij/zij altijd alle vragen mag stellen en dat je samen op zoek gaat naar de mogelijke antwoorden.

Maar ook de angst voor eenzaamheid. Hoe moeilijk is het voor velen om open en eerlijk te communiceren met iemand die binnenkort sterft. Men praat door over het weer, de laatste roddels uit de straat, televisieprogramma’s en politiek. Maar juist daardoor kan het eenzaamheidsgevoel toenemen. Geef de mens die ziek is de kans om te praten over er wat er met hem gebeurt. Vertel eens wat gaat er allemaal door je heen? Luister dan empatisch met mededogen en onderbreek dus niet. Het helpt.

Alle goed bedoelde opgewekte reacties naar zowel de stervende als de naasten vergoot de eenzaamheid omdat eenzaamheid ontstaat als je elkaar niet meer kan bereiken.

Geestelijke pijn is vaak veel minder zichtbaar dan fysieke pijn. Pijn dat je je niet kan uitspreken, je niet met anderen kan terugblikken op wat je niet met je leven hebt gedaan, niet gerespecteerd worden om de keuzes die je nu maakt. Pijnverlichting vraagt dus niet alleen om medicatie, maar ook om delen.

Waarom is dat het toch zo moeilijk om empatisch te luisteren naar een mens in de laatste fase van zijn leven?

Empatisch luisteren is alleen mogelijk als je de sterfelijkheid kunt toelaten en de gedachten en emoties die jij daar bij hebt. De luisteraar moet daarvoor dus eerst de confrontatie aan met zijn eigen sterfelijkheid.