Woorden na de stilte

Vorige week reisden Irene en ik af naar een klein plaatsje bij Avignon om door de ogen van Prof. Dr. Dirk De Wachter, psychiater, naar onze maatschappij te kijken. Wij doen dit soort activiteiten om ook ons perspectief telkens opnieuw te laten uitdagen; een essentieel onderdeel van ons Narrative Healthcare Network.

Aan de hand van teksten van bijvoorbeeld Leonard Cohen en Michel Houellebacq en kunstuitingen van onder andere Marina Abramovic en zijn eigen praktijkervaringen heeft hij mij uitgedaagd en geraakt.

In dit blogje deel ik slechts enkele van mijn gedachten die ik heb meegenomen waarmee ik Dirk enorm tekort ga doen, dat zeg ik bij voorbaat, want ik heb drie dagen aan zijn lippen gehangen en mijn hersenen hebben meer vragen gekregen dan antwoorden.

De week begon met zijn perspectief dat de psychiatrie de spiegel van de wereld is waarin we leven. Hij nam ons daarom ook mee naar wat hij noemt de Borderline Times. Hij ziet in onze westerse maatschappij de symptomen van deze vaak gestelde diagnose overal terug.

Een belangrijk onderdeel van zijn perspectief is de noodzaak van verbinding. In verbinding zijn is essentieel voor de mens, en daarmee voor de menselijkheid. Hij stelt dat door het uitvergroten van de individuele vrijheid we minder verbinding hebben. Ook onze technologische schermen staan de echte ontmoeting met de ander letterlijk en figuurlijk in de weg. We gaan steeds vaker over tot het reguleren van verbindingen. Ik moest daarbij denken aan het reguleren door congresorganisaties en zorginstellingen om #patientsincluded te zijn. Is dat de verbinding die tot een echte ontmoeting gaat leiden? Kun je een echte ontmoeting reguleren?

En zo kwamen we ook bij het belang van taal. Met de teksten die Dirk ons meegaf bemerkte ik hoe, na het bestuderen van zijn songteksten door close reading, binnentrad in het hoofd van Leonard Cohen via zijn taal.

Shouldering your loneliness Like a gun that you will not learn to aim, You stumble into this movie house, Then you climb, you climb into the frame.

Door de anonieme verhalen die Dirk deelde, voelde ik, want ik wist het rationeel, hoe wij weg zijn geraakt van het verhaal van mensen door een nummer te geven (een verzekeringscode) aan mensen voor de ziektekostenverzekering. Daarmee schuiven we mensen in een rol van patiënt, terwijl ze zoveel meer zijn dan dat. Want we kunnen zoveel leren van de kwetsbare mens. En ik vroeg mij af of dat onze maatschappij niet ziekmakender maakt?

We zien ook hoe de beeldcultuur van selfies steeds meer onze identiteit maken waardoor we de gelaagdheid van onze identiteit tekort doen. Het imago lijkt daardoor belangrijker dan onze identiteit, maar onze identiteit is opgebouwd uit ons verhaal. Hoe geven we in een beeldcultuur ons eigen narratief en daarmee de dialoog vorm bij vraagstukken als kwaliteit van leven?

De week eindigde met Levinas. Een groot cadeau. Levinas hier kort uitleggen doe ik niet. Daarvoor doe de unieke geest van de man tekort en zou de suggestie wekken dat ik Levinas volledig begrijp; maar hij verwondert mij vooral nog steeds.

Levinas is nodig in onze huidige tijd. Een tijd vol consumentisme. “Ik heb behoeften, en ik geniet van de vervulling van die behoeften.” De mens is verlangen, zegt Levinas, want de ene wens is nog niet vervuld, of er is al weer een andere.

De mens probeert door genot het geluk te vinden voor zichzelf. Dat genot moet er onmiddellijk én volledig zijn. Maar het opgaan in het genot is de mens soms al teveel. Hij heeft het gevoel opgeslorpt te worden door het genot. Op zo’n momenten kan men zich bewust worden van het naakte bestaan, zonder inhoud, zonder zin: het il- y- a. Men ervaart het leven leeg, zinloos en zonder betekenis.

De Ander doorbreekt dat gesloten wereldje. Je kan hem simpelweg niet opslorpen in de wereld van verlangen. Hij is onvatbaar, ongrijpbaar. Hij doorbreekt dat wereldje. Tegelijk maakt hij het leven zinvol. Hij geeft een zin die niet door jezelf opgebouwd is, maar die komt van buitenaf: hij roept je op tot verantwoordelijkheid voor hem/haar.

Het belang van de Ander is dus nodig. Juist in de gelaagdheid van de identiteit is De Ander verrijkend voor jezelf. Het gaat om De Ander die wij niet kunnen begrijpen zonder eerst met hem te hebben gesproken, terwijl dit spreken weer los staat van het begrijpen van de ander. De Ander is ook lastig en verstorend; maar daardoor ook verrijkend. En dat brengt mij dan bij het luisteren. Tijdens het luisteren om De Ander te begrijpen, vinden we de stiltes vaak heel lastig. En toch zijn de stiltes vaak het mooist omdat de woorden die daarop volgen vaak zo’n grote betekenis hebben. Stilte en taal zijn dus verbonden.

En toen kwamen we bij de conclusie waarin Het Zelf, natuurlijk ook De Ander kan zijn. Het gaat dus om wederzijds respect, of zoals alleen Dirk de Wachter het kan zeggen: ethische bekommering. Door de ontmoeting van een ander mens, ontmoet je de menselijkheid en kun je de mens in zijn waardigheid herkennen.

Dat brengt mij naar mensgerichte zorg. Waar vroeger de arts als een God sprak en de patiënt moest luisteren, lijkt nu soms alleen nog maar de patiënt te spreken en moet de arts luisteren. Terwijl we de dialoog, het goede gesprek en dus alle betrokkenen nodig hebben voor mensgerichte zorg. We zullen dus met elkaar op zoek moeten naar een nieuwe balans waarin ruimte en respect is voor alle betrokkenen in het zorgpad.

Ik wil dit blogje eindigen met een ‘Kleine Goedheid’ waarmee ook Dirk zijn boek ‘Borderline Times’ eindigt. Vrij en veel tekort vertaalt, maar voor mij de kern:

De sociale, politieke en economische ontwerpen kunnen nooit het laatste woord hebben. Ze moeten overschreden worden door de interindividuele verantwoordelijkheid van mens tot mens. De kleine goedheid staat boven elk systeem. Want mensen horen benaderd te worden in hun uniciteit en niet als exemplarische toepassingen van algemene principes.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *